Groot Ter Doest
Lissewege, 2025
Projectgegevens
ONTWERPER
Alfons De Pauw (1867-1937)
PERIODE
voor 17de eeuw, 17de eeuw, 18de eeuw, 19de eeuw en 20ste eeuw
STATUUT
cultuurhistorisch landschap
OPDRACHT
bouwhistorisch onderzoek & waardenstelling
OPDRACHTGEVER
Kathedrale Kerkfabriek Sint-Salvator
Onderzoek
Groot Ter Doest werd opgericht in 1175 als dochterabdij van de cisterciënzerabdij Ten Duinen in Koksijde op een locatie die eerder bestemd was voor een benedictijnenpriorij. De middeleeuwse indeling van het omwald domein is op basis van 16de-eeuws kaartmateriaal te achterhalen: aan de oostzijde bevonden zich de conventsgebouwen en aan de westzijde het neerhof met de monumentale schuur. Beide delen van het domein werden ontsloten door een gemeenschappelijke dreef in het noorden en een poortgebouw. Rondom de site lag akker- en weiland. De contouren en de (18de-eeuwse) perceelsindeling is tot op vandaag af te lezen in het landschap, evenwel werden de oostelijke en de westelijke grenzen in de 19de en in de 20ste eeuw aangepast in het kader van nieuwe infrastructuurwerken (kanaal en spoorlijn) voor de nieuwe zeehaven in Zeebrugge.
In de tweede helft van de 16de eeuw werden de conventsgebouwen vernield tijdens de religieuze en de politieke opstanden. In 1561 ging de abdij over naar het nieuwe bisdom in Brugge en in 1624 werd Ter Doest verenigd met Abdij Ten Duinen. Hoewel het de bedoeling was om de abdij in Lissewege herop te bouwen, werd hier geen gevolg aan gegeven. Gedurende de 17de eeuw en later diende de ruïne van de abdij als groeve voor de bouw van de nieuwe Duinenabdij in Brugge en voor de nieuwe gebouwen op Ter Doest. Het is niet bekend of er naast de monumentale schuur andere gebouwen van het neerhof gespaard bleven van de vernielingen in de 16de eeuw. Bouwsporen in het woonhuis lijken er in elk geval op te wijzen dat het gebouw een kern heeft die ouder is dan de 17de eeuw.
Vanaf het tweede kwart van de 17de eeuw fungeerde Ter Doest als belangrijk uithof van de Duinenabdij. In deze periode werden de huidige gebouwen opgericht of verbouwd. Groot Ter Doest was een gemengd landbouwbedrijf met een grote veestapel. De schaapteelt vormde de belangrijkste bron van inkomsten. Ook het fokken van kwaliteitspaarden was economisch interessant. Hiervoor werd omstreeks 1722 de paardenstal verbouwd en uitgebreid.
Vanaf 1773 werd Ter Doest verpacht. Er zijn voor de tweede helft van de 18de en voor de 19de eeuw geen grootschalige bouwcampagnes gekend. Wel werden er verschillende renovaties en kleine uitbreidingen gerealiseerd. Zo werd in 1934 een varkensstal bijgebouwd aan de oostzijde van het woonhuis. Vanaf de jaren 1960 vonden er verschillende herbestemmingen plaats, met name de varkensstal werd herbestemd tot restaurant, het poortgebouw tot tweewoonst en de paardenstal tot woning en later, aan het begin van de 21ste eeuw, tot gastenkamers.
Van haar oorsprong als benedictijnenpriorij in de 12de eeuw tot haar bloei als cisterciënzerabdij en latere transformaties tot uithof en tot pachthoeve weerspiegelt Groot Ter Doest de wisselwerking tussen religie, landbeheer en politieke en economische context. Deze bouwhistorische studie toont aan hoe de site zich doorheen de eeuwen heeft aangepast aan deze veranderende religieuze, maatschappelijke en economische omstandigheden, zonder haar kernidentiteit te verliezen. Het huidige Groot Ter Doest kan dan ook worden beschouwd als een uitzonderlijk ensemble waarin architectuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarden samenkomen. Voor een duurzaam behoud is een beheerstrategie aangewezen die rekening houdt met deze gelaagdheid en die zowel de materiële instandhouding als de ontsluiting van de wetenschappelijke en van de erfgoedwaarden van de site waarborgen.



















