Rijksmiddelbare school
Geraardsbergen, 2024
Projectgegevens
ONTWERPER
Jules Birmaut, Edgard De Lil
PERIODE
1881-1884, 1930-1935 en 1937-1944
STATUUT
beschermd stadsgezicht en beschermde monumenten
OPDRACHT
bouwhistorisch onderzoek & waardenstelling
OPDRACHTGEVER
ASSSAR-Martens Van Caimere Architecten voor GO!
Onderzoek
De bouwhistorische studie van de Rijksmiddenschool in Geraardsbergen illustreert de rijke gelaagdheid van een site die eeuwenlang een cruciale rol speelde in het stedelijke weefsel. Van het religieuze en sociale centrum van het begijnhof tot een knooppunt van neutraal onderwijs tijdens de Belgische schoolstrijd, weerspiegelt het complex een veelzijdige geschiedenis.
De kern van de site bevindt zich op de locatie van het voormalige Sint-Margaretabegijnhof, dat in de 18de eeuw gemiddeld tachtig begijnen huisvestte, maar na de confiscatie tijdens de Franse overheersing sterk aan populariteit inboette en in de eerste helft van de 19de eeuw langzaamaan verloederde. In 1865 werd de site aangekocht door de stad om er een gemeenteschool op te richten. Het verwerven van het oud begijnhof door de gemeenteraad creëerde ook de mogelijkheid om aan de oostzijde van het perceel een laad- en loszone in te richten langs de in de jaren 1860 gekanaliseerde Dender. De laad- en loskade werd ingericht in functie van de geïndustrialiseerde benedenstad op de linkeroever. Hier waren al vanaf de 13de eeuw de nijverheid en de neringen gevestigd. De ligging nabij de Dender was interessant om water als grondstof te gebruiken en voor de handel over de rivier. In de 18de en 19de eeuw was hier bijvoorbeeld ook een aantal brouwerijen gevestigd. De percelen van minstens twee brouwerijen werden in de tweede helft van de 20ste eeuw bij de site gevoegd.
De bouwgeschiedenis op het perceel hangt nauw samen met de historische evolutie van het rijksonderwijs in België en in Geraardsbergen. Nationaal was de liberale partij ervoor verantwoordelijk dat Geraardsbergen verplicht werd om officieel lager en middelbaar onderwijs in te richten. Lokaal was de macht van de katholieke partij bepalend voor de vertragingen bij de oprichting van deze instellingen en verantwoordelijk voor het (gedeeltelijk) afschaffen ervan in latere periodes.
Het oud begijnhof werd onder druk van de regering en van de gouverneur begin jaren 1880 vervangen door een nieuwbouw langs de Kaai, waarin een gemeentelijke lagere school voor jongens en één voor meisjes met bewaarschool gevestigd werden. In de Wegvoeringstraat werden twee woningen opgericht voor de bestuurders van beide scholen. Ondanks het tegenwerken door de katholieken kende het officieel onderwijs een groot succes en tijdens het interbellum werd de school stapsgewijs uitgebreid: eerst met een nieuw middenblok en later met onder meer de turnzaal en de huishoudklas in de Wegvoeringstraat.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de site overgedragen aan de Belgische staat om er vanaf 1949 een rijksmiddelbare meisjesschool op te richten. In de jaren 1950 waren er plannen om de 19de-eeuwse gebouwen te vervangen door een nieuwbouw, maar dit project werd vermoedelijk niet uitgevoerd door nieuwe hervormingen of door het verwerven van de percelen ten noorden van de site.
Honderd jaar na de oprichting, in 1981, werden de site en haar omgeving respectievelijk beschermd als monument en als stadsgezicht. Op dat moment werden er grootschalige renovatiewerken gepland om de interieurs van de historische gebouwen te renoveren. Tot op vandaag is de Rijksmiddenschool hier gevestigd.








